Protocol Persoonlijke Hygiëne

Protocol Persoonlijke Hygiëne  (RFM-PPH-V1.0-mei-2019)

1)Inleiding

 

Een goede persoonlijke hygiëne van medewerkers helpt om verspreiding van micro-organismen van medewerkers naar patiënten te voorkomen. Zie richtlijn VWT (https://www.rivm.nl/wip-richtlijn- handhygiene-vwt).

 

2)Waarom?

 

Infectiepreventiemaatregelen in de poliklinieken van PRNL richten zich op het voorkomen van (zorg gerelateerde) infecties bij patiënt en medewerkers door de kans op overdracht van micro- organismen, zoals vegetatieve bacteriën, bacteriesporen, mycobacteriën, virussen, schimmels en gisten, zoveel mogelijk te beperken. Onderstaande punten worden toegelicht in dit protocol.

  1. Handen
  2. Sieraden (ringen, horloges, armbanden, piercings)
  3. Haar
  4. Kleding en schoeisel
  5. Gebruik van zakdoeken

Bij medewerkers met een infectie is er een groot risico op verspreiding van micro-

organismen naar patiënten en/of collega’s. Zie onderwerp: infectie bij medewerkers

 

3)Wanneer?

 

Alle disciplines tijdens hun dagelijkse werkzaamheden met betrekking tot het behandelen van en spreken met patiënten.

 

4)Werkwijze

 

Hygiëne aspecten

Onderwerp

Richtlijnen

Persoonlijke hygiëne

infecties bij medewerkers

  • Wanneer onder behandeling vanwege infectie, raadpleeg behandelend arts
  • Niet onder behandeling, pleeg overleg met polikliniekhouder/revalidatiearts

 

Indicaties die gemeld moet worden:

  • Steenpuist
  • aanhoudende diarree
  • hepatitis A
  • nagelbedontsteking
  • contact met waterpokken of gordelroos
  • herpes labialis
  • conjunctivitis
  • na opname of werken in een buitenlands ziekenhuis

 

 

kleding en schoeisel

  • Draag dagelijks schone werkkleding en trek deze op de werklocatie aan- en uit.
  • Draag werkkleding:
    • die het lichaam/de eigen kleding minimaal van schouder tot heupen in zijn geheel bedekt;
    • die gesloten is (dus geen openhangende werkkleding);
    • die de onderarmen onbedekt laat;
    • waarop verontreinigingen goed zichtbaar zijn (bijvoorbeeld licht van kleur).
  • Draag op of over de werkkleding geen (kleding )accessoires.
  • Verschoon werkkleding direct bij zichtbare verontreiniging.
  • Werkkleding moet aan het einde van de werkdag gewassen worden op 60 graden.
  • Het dragen van eigen kleding is toegestaan mits deze: - wordt gedragen onder de werkkleding (dus geen vest over de kleding heen); - de onderarmen onbedekt laat.
  • Het dragen van een hoofddoek is toegestaan mits deze: - niet over de werkkleding wordt gedragen; - tijdens de uitvoering van de werkzaamheden niet in contact kan komen met (de omgeving van) de patiënt of met patiënte materiaal; - wordt verschoond bij het begin van elke dienst en direct bij zichtbare verontreiniging.
  • Draag schoon schoeisel van goed te reinigen materiaal.
  • Reinig schoeisel met zichtbare verontreiniging direct.

nagels

  • Houd de vingernagels kortgeknipt en schoon.
  • Draag geen nagellak/nagelversieringen op de vingernagels.
  • Draag geen kunstnagels (van bijvoorbeeld gel of acryl) aan de vingernagels.

haarverzorging

  • Draag lang haar bijeengebonden of opgestoken.
  • Zorg voor een kortgeknipte baard/snor die niet in contact kan komen met (de (omgeving van) de patiënt of de voorkant van de werkkleding. Opmerking: voorkom zoveel mogelijk om met de handen het haar of het gezicht (vooral rond mond, ogen, neus) aan te raken.

 

 

sieraden

  • Draag geen sieraden/accessoires aan handen en onderarmen zoals ringen,

 

 

Documentnaam

ProtocolPersoonlijkeHygiëne

 

 

Documentcode

RFM-PPH-V1.0-mei-2019

 

Type document

Registratieformulier

 

KHB hoofdstuk

4

 

 

armbanden, polshorloges, piercings en

braces.

Hoest-, snuit- en toilethygiëne

  • Hoest/nies met een afgewend gezicht.
  • Hoest/nies met een papieren zakdoek/tissue voor de mond of, indien er een papieren zakdoek/tissue ontbreekt, in de elleboogsplooi.
  • Gebruik een papieren zakdoek/tissue bij het snuiten van de neus.
  • Gebruik een papieren zakdoek/tissue eenmalig en gooi deze na gebruik direct weg.
  • Pas direct handhygiëne toe na hoesten, niezen, snuiten en/of toiletbezoek.

handen desinfecteren

Voor:

  • Voorafgaand van elke afspraak met patiënt.

Na:

  • Hoesten, niezen en snuiten.
  • Toiletgebruik.
  • Contact met lichaamsvochten zoals speeksel, snot, braaksel, ontlasting, wondvocht of bloed.
  • Contact met vuil textiel of de afvalbak
  • Schoonmaakwerkzaamheden.
  • Na elke afspraak met patiënt Handen wassen gaat als volgt:
  • Gebruik stromend water.
  • Maak de handen nat en doe er vloeibare zeep op.
  • Wrijf de handen (gedurende 10 seconden) over elkaar en zorg ervoor dat water en zeep over de gehele handen worden verdeeld.
  • Let op de kritische punten: was ook de vingertoppen goed, tussen de vingers en vergeet de duimen niet.
  • Spoel de handen al wrijvend af onder stromend water.
  • Droog de handen af met een papieren handdoek en gooi deze direct na het

afdrogen van de handen weg .

 

Eten en drinken

  • Eet en drink niet in ruimten waarin patiëntgebonden werkzaamheden plaatsvinden of waar wordt gewerkt met patiënten materiaal.
           

Goedgekeurd door:                    Pagina 2 (van 2)         Versiedatum: 20180105

Openingstijden

Maandag 07.30 – 21.00 uur
Dinsdag  07.30 – 21.30 uur
Woensdag 07.30 – 22.00 uur
Donderdag   08.00 – 21.00 uur
Vrijdag       07.30 – 17.30 uur
 

Contactgegevens